Een land van zachte schoonheid en sterke smaken
Portugal is een land dat zich niet opdringt, maar geleidelijk onder je huid kruipt. Het is de melancholie van fado, de geur van gegrilde sardientjes op een zomeravond, de golven die onvermoeibaar beuken op de rotsige westkust. Je voelt je er welkom zonder dat je de toeristische massa hoeft te volgen. Portugal is compact, vriendelijk, en rijk aan cultuur, natuur en gastronomie.
Mijn eerste kennismaking met Portugal was in Lissabon, de hoofdstad. Geen kolkende wereldstad zoals Londen of Parijs, maar een charmante, menselijke stad die je te voet kunt verkennen. De heuvelachtige bovenstad (Alfama) met zijn wirwar van straatjes, de benedenstad (Baixa) met brede pleinen en statige panden, en de moderne wijk Parque das Nações – gebouwd voor de Expo ’98 – waar ik meerdere keren de User Experience-conferentie UXLX bijwoonde. Daar, tussen de futuristische paviljoens en de langgerekte boulevard langs de Taag, voelt Portugal even vooruitstrevend en cosmopolitisch. Maar ’s avonds, als je in een lokaal restaurantje aanschuift voor bacalhau (gezouten kabeljauw) of gegrilde dorade, en pas na negenen aan tafel gaat zoals de Portugezen doen, keert de rust weer terug.




Portugal is het land van de vis – tonijn, sardientjes, octopus – maar ook van pastel de nata, de iconische romige custardtaartjes die je het best versgebakken eet met een snufje kaneel. En het land van de vinho verde: licht, fris en verrassend lekker op een warme dag.
Een heel andere ervaring had ik tijdens een reis met mijn moeder, toen we vlogen op Faro en de zuidwestkust verkenden. Via de uitstekende Portugese snelwegen reden we naar Aljezur, een klein, ontspannen dorpje dat geliefd is bij surfers en natuurliefhebbers. Hier ligt de ruige Atlantische kust binnen handbereik, met brede stranden zoals Arrifana en Monte Clérigo, waar de golven krachtig en de zonsondergangen spectaculair zijn. We bezochten Sagres, het uiterste zuidwestpuntje van Europa, waar de vuurtoren op de kaap uitkijkt over eindeloze oceaan. In het nabijgelegen natuurpark Parque Natural do Sudoeste Alentejano e Costa Vicentina vond ik het Portugal dat je niet in reisgidsen leest: ongerept, rustig en adembenemend mooi.



Juni 2025 staat Porto op het programma – de tweede stad van het land en beroemd om zijn portwijn, bruggen en kleurrijke huizen langs de Douro. Ik kijk ernaar uit om de stad te ontdekken, te verdwalen in de steegjes van Ribeira, en te proeven van alles wat deze stad anders maakt dan Lissabon, maar onmiskenbaar Portugees.
Portugal is geen land van extremen. Het is juist die balans – tussen oud en nieuw, zee en stad, rust en levendigheid – die het zo aantrekkelijk maakt. Je komt er misschien voor een conferentie, een roadtrip of een weekendje cultuur, maar je blijft voor de warmte, de eenvoud en de diepe charme die alleen landen met een lange geschiedenis en een zacht karakter kunnen bieden.
Praktische tips voor reizen in Portugal
1. Beste reistijd
Portugal is het hele jaar door goed te bezoeken. De lente (april–juni) en het najaar (september–oktober) bieden aangenaam weer en minder toeristen. De zomermaanden kunnen heet worden in het binnenland en druk aan de kust.
2. Vervoer
- Vliegen: Lissabon, Porto en Faro zijn de belangrijkste luchthavens.
- Auto huren: Zeker buiten de steden is een huurauto ideaal. De snelwegen (A-wegen) zijn uitstekend en meestal rustig, maar houd rekening met elektronische tolheffing.
- Openbaar vervoer: In steden zijn metro en tram prima geregeld. De iconische gele trams in Lissabon zijn een attractie op zich.
3. Etenstijden
Portugezen eten laat. Reken op lunch vanaf 13:00 uur en diner pas vanaf 20:00 uur. Veel restaurants openen pas laat in de avond. Reserveren is in populaire steden of dorpen vaak verstandig.
4. Betaalmiddelen
Pinnen en betalen met creditcard is vrijwel overal mogelijk. Kleinere dorpen of lokale markten kunnen echter nog contant vragen.
5. Taal
Portugees is de officiële taal. In de grote steden spreekt men redelijk Engels, vooral in de horeca. Een paar Portugese woorden (obrigado/a = dank je, bom dia = goedemorgen) worden gewaardeerd.
6. Sfeervolle plekken buiten de gebaande paden
- Aljezur: Authentiek surfdorp in de Algarve, met een relaxte sfeer en ruige stranden.
- Évora: Historisch stadje in de Alentejo-regio, met Romeinse tempels en witte huizen.
- Sintra: Sprookjesachtige paleizen en tuinen op een heuvel, perfect als dagtrip vanuit Lissabon.
7. Lokale specialiteiten om te proberen
- Bacalhau à Brás: Kabeljauw met ei en aardappelreepjes
- Arroz de marisco: Rijke zeevruchtenrijst
- Pastel de nata: Custardtaartje met bladerdeeg
- Portwijn: Proef hem in Porto of de Dourovallei
- Ginjinha: Zoete kersenlikeur, vooral geliefd in Lissabon